Been There Done That: Terminator Trilogie

Been There Done That: Terminator Trilogie


(© Sofie Silbermann)

FC Bergman is hot. De voorbije maanden groeide hun nieuwste productie Terminator Trilogie uit tot de theaterhype van 2012. De verwachtingen waren dus hooggespannen voor de passage van het Antwerpse collectief in Brussel.

De openingsbeelden lieten er geen twijfel over bestaan: de snaken van FC Bergman zijn misschien jong, maar ze barsten van het vertrouwen en zien het groots. De keuze voor een locatieproject in een uitgestorven hoek op de weidse site van Thurn & Taxis is een schot in de roos. Het enorme reclamepaneel met Arnold Schwarzenegger, de harde stadionverlichting op het koude beton, de nachtelijke skyline van Brussel-Noord én de vijftig figuranten in avondkledij te midden van een door de Kringwinkel gesponsorde inboedel: dit heb je nooit eerder gezien. Hier waait inderdaad een nieuwe wind door het Vlaamse theater.
Maar dan begint de voorstelling pas echt. Stef Aerts verbeeldt een soort van twintigste-eeuwse Elckerlyc die door het overaanbod aan mogelijkheden verzandt in inertie en verveling. Dat vertelde hij althans in een interview met AGENDA. Op de scène zien we een eenzame figuur die zich in stilte - de voorstelling is woordloos - onledig houdt met allerlei zinloze handelingen. Die zijn soms fascinerend, soms ronduit ridicuul. De sfeer is postapocalyptisch met af en toe een slapsticknoot door een vijfkoppig mannenkoor. Van enige tragiek - die je gezien het thema toch zou mogen verwachten - is geen sprake. Van ontroering of intellectuele uitdaging al evenmin. Met dit personage heeft het publiek nauwelijks een band.
Dat ligt vooral aan hoofdrolspeler Stef Aerts. Hij mag zich dan voor de volle 100% geven - je ziet hem vallen, lopen, springen en weer opstaan tot hij totaal afgepeigerd is -, als acteur beschikt hij over onvoldoende intensiteit en fysieke expressie om anderhalf uur de aandacht vast te houden. Aerts is nog jong - amper 24 - en hij zal nog groeien als acteur. Hem nu al een voorstelling in zijn eentje laten dragen, was echter geen goede keuze.
Maar de grootste tekortkoming van deze productie is de bombast en het gebrek aan inhoud. De ene vondst na de andere wordt afgevuurd op de toeschouwer. Aan fantasie geen gebrek, maar een regisseur of dramaturg die de al te studentikoze ideeën had kunnen schrappen en een inhoudelijke lijn had kunnen uitstippelen was hier op zijn plaats geweest. Heel wat vondsten reiken niet verder dan effectzoekerij: de oude man op de tractor (tot driemaal toe), de schuimdouche en de limousine in de slotscène. Leuk gevonden, maar wat is de betekenis?
Als toeschouwer zie je dat in deze productie ontzettend veel werk is gekropen, niet alleen door de Bergmannen zelf, maar ook door een leger aan decorbouwers, technici en figuranten. Er kwamen vier coproducenten aan te pas in Brussel - wat iets zegt over het kostenplaatje van de productie. Hoe jammer dus dat al die moeite zo weinig resultaat oplevert. Finaal is deze Terminator Trilogie niet meer dan een blits reclamepaneel waarachter een braakland schuilgaat.

(gezien op 19 september op de site van Thurn & Taxis, Brussel)