Road Movie, USA: smeulend asfalt in Cinematek

Road Movie, USA: smeulend asfalt in Cinematek


(Easy rider)

Het is goed mogelijk dat Cinematek dezer dagen naar asfalt in de zon ruikt of smaakt naar het stof dat de huifkar van de familie Joad doet opwaaien in The grapes of wrath. Er loopt een programma rond de roadmovie. Misschien wel het meest Amerikaanse filmgenre, poneert Bernard Benoliel, auteur van het boek Road movie, USA.

Get your motor runnin’. Head out on the highway. Lookin’ for adventure. And whatever comes our way,” brult Steppenwolf in ‘Born to be wild’, de soundtrack van Easy rider. Natuurlijk ontbreekt die cultfilm niet in de reeks van Cinematek over de roadmovie. Waarom ook The wizard of Oz, Charlie Chaplin en 2001: a space odyssey vertoond worden, legt Bernard Benoliel uit. De directeur van de Action culturelle bij de Cinémathèque française is een van de auteurs van het enthousiasmerende en verhelderende Road movie, USA (Éditions Hoëbeke, 2011) en stelde het programma voor Cinematek samen.

De brullende motoren van Dennis Hopper, Peter Fonda en Jack Nicholson in Easy rider zijn in 1969 het startsignaal voor een hele reeks illustere roadmovies. Ook de benaming roadmovie ontstaat in die tijd. Maar u gaat veel verder terug in de tijd.
Bernard Benoliel:
Met medeauteur Jean-Baptiste Thoret was ik het eens dat Easy rider een historisch, sociologisch en zelfs esthetisch ijkpunt is waar we niet omheen konden. Alleen zouden we onszelf stokken in de wielen steken door daar te beginnen. Easy rider is eerder een eerste aankomstpunt dan een vertrekpunt. Een zo van nostalgie doordrongen film kan onmogelijk uit het niets komen. Wat irrigeert Easy rider? Hoe kun je verklaren dat na Easy rider de ene roadmovie de andere opvolgt? Waarom omschrijft Peter Fonda de film als een moderne western? Op zoek naar antwoorden botsen we op The grapes of wrath van John Ford, Detour van Edgar G. Ulmer of It happened one night van Frank Capra. Maar ook die films getuigen van iets wat hen voorafgaat: de road-cultuur. Die is diep verankerd in Amerika en speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van het land, voor een groot deel het verhaal van een zogenaamd maagdelijke ruimte die wordt ingepalmd. Daar zijn geen asfaltwegen voor nodig. De Europese immigranten gebruiken de boot, de pioniers verkennen de nieuwe wereld met de huifkar. De road-cultuur is een motief dat overal opduikt: bij Chaplin, in de western en zelfs in sciencefiction.


(Vanishing point / It happened one night / Detour)

Maar de jaren 1970 blijven een zeer belangrijk hoofdstuk.
Benoliel:
Uiteraard. Van Easy rider tot Bonnie and Clyde of Bring me the head of Alfredo Garcia van Sam Peckinpah in 1974 kent de roadmovie een merkwaardige bloei. Dat is voor een deel omdat andere genres, waaronder de western, op hun bek gaan. Bekende roadmovies uit die tijd zijn Five easy pieces, Two-lane blacktop, het heerlijke Vanishing point, Bound for glory of Badlands van Terrence Malick. De bloei van het genre loopt synchroon met de intrede van een nieuwe mentaliteit. Nieuwe producenten, regisseurs en acteurs vinden een nieuw productiesysteem uit: New Hollywood. Het systeem dat Hollywood tot 1967 overheerste was totaal vervreemd van de verwachtingen van de verjongde bevolking. Men hongerde naar hedendaagse films die de tijdgeest beter vatten. Al zijn die roadmovies achteraf beschouwd individualistisch en eerder kleinburgerlijk revolutionair, ze waren in overeenstemming met de politieke en culturele verzuchtingen van de tijd.
De roadmovie duikt toch ook elders op?
Benoliel:
In de cinema van de andere landen vinden we ook roadmovies terug. Maar die verwijzen bijna altijd naar de Amerikaanse roadmovie. Bovendien duiken ze maar af en toe op. Bij een Amerikaan zit de roadmovie in de genen. Spreek over de roadmovie en je spreekt over de Amerikaanse geschiedenis. Ongeacht leeftijd, huidskleur, afkomst of geslacht, iedereen kent de ruimtelijke belofte, de vrijheid, de lokroep van het duizelingwekkend grote, wilde continent. Ook al maken de meesten er geen gebruik van, de Amerikaan beschouwt reizen als een grondrecht. De immense ruimte ligt voor hem open. Met dat idee hebben de Amerikanen het continent ook veroverd. De roadmovie kadert in het verlangen naar immensiteit.


(2001: a space odyssey)

Maar ging het in de western al niet over de oprukkende beschaving? Amerika is ondertussen toch wel min of meer volledig veroverd. Dat schijnt de roadmovie niet te deren.
Benoliel:
De wereld wordt alsmaar kleiner. In de jaren 1950 laat president Eisenhower duizenden kilometers autosnelweg aanleggen. Dat zijn tien jaar later de lanceerplatforms voor de bikers. Maar nog eens tien jaar later willen de bikers maar één ding meer: die snelwegen vermijden ten voordele van sluipwegen. Men blijft zoeken naar paden die nog niet begaan zijn, plaatsen die nog niet verkend zijn. Die behoefte is ingeschreven in de psyche van elke Amerikaan. Desnoods verleggen ze niet horizontaal maar verticaal de grens. Je moet Amerikaan zijn om naar de maan te willen reizen. Ze hadden de technologische mogelijkheden om naar de maan te reizen, maar ook de verbeelding en de cultuur. Daarom krijgt ook Kubricks 2001: a space odyssey een plaats.


(Wild at heart)

Ook de ontmoeting tussen reiziger en local neemt een belangrijke plaats in.
Benoliel:
De roadmovie is een bewegend portret van het immer beweeglijke Amerikaanse volk. Een belangrijk aspect is de vraag waar het Amerikaanse volk gebleven is. Eind jaren 1960, begin jaren 1970 (ten tijde van Vietnam en Watergate) was die vraag zeer actueel. Mensen hebben de indruk dat ze in de verschrikkelijke jaren 1930 wel schouder aan schouder stonden, wel een gemeenschap vormden. In de roadmovie proberen de protagonisten zichzelf te verwezenlijken, door zich te verplaatsen, maar ook door het Amerikaanse volk terug te vinden. Met inbegrip van de door de geschiedenis genegeerde, historische bewoners, de indianen.
Waarom selecteerde u meerdere films van Jim Jarmusch, Gus Van Sant en David Lynch?
Benoliel:
Kijk naar hun culturele referenties: het ware terrein van Gus Van Sant en Jim Jarmusch is de Amerikaanse tegencultuur van de jaren 1960 en 1970. Allen komen ze na de veldslag: de grote periode van de roadmovie is voorbij. Ze zijn erfgenaam maar geen kopiist. Ze slaan met hun roadmovies andere wegen in. Ze trekken niet west- maar zuidwaarts. Zuidwaartse reizen zijn trager, brutaler, dromerig. In Van Sants My own private Idaho of Jarmusch’ Dead man zijn de personages ingeslapen. Ze vinden sluipwegen, belanden op het terrein van de verbeelding. Van Sant en Jarmusch zetten zich af tegen wat ik de puriteinse efficiëntie noem: de gewelddadige en ideologische verovering van een zogezegd vrije ruimte. Lynch is een geval apart en interesseert me door Wild at heart, een hypergewelddadige remake van The wizard of Oz, en The straight story, een magnifieke roadmovie aan acht kilometer per uur.


(My own private Idaho / The straight story)

ROAD MOVIE, USA • 18/7 > 30/8, CINEMATEK, rue Baron Hortastraa 9, Brussel/Bruxelles, 
02-551.19.00, www.cinematek.be